Hemelse koffie met pastoor Ruud Visser

Hemelse koffieVanwege het priesterjubileum van onze pastoor Visser, heb ik hem als collega gevraagd of ik bij hem mocht genieten van een kopje koffie. Samen hebben we in de Goede Week tijdens de lunch genoten van vers gezette koffie en heeft hij de volgende antwoorden gegeven:

Wie ben je?
“Ik ben iemand die zich met hart en ziel wil geven vanuit het evangelie voor de Kerk en die dit graag wil delen met anderen. Hoewel ik kom uit een gezin met ouders die niet bijzonder vroom waren, had ik enkele broers die ook theologie gestudeerd hebben. Aan het klein seminarie Hageveld te Heemstede en aan de KTHA te Amsterdam - de voortzetting van het groot seminarie Warmond vanaf 1967 - heb ik mijn opleiding gekregen. In Amsterdam werd uitstekend bijbelse theologie onderwezen. Dat heeft mij een goede ondergrond voor mijn leven gegeven. Daar heb ik ook vrienden voor het leven gemaakt. Dat vind ik belangrijk, samen met anderen dingen doen, samen gemeenschap vormen.”

Een hemels moment:
“Als mensen het geloof voelen, dan gebeurt er onverwachts iets bijzonders. Zelf vind ik het een hemels moment, wanneer het kleine overwint, wanneer de underdog er met de kampioenschaal vandoor gaat. Maar dat heb ik nog meer in mijn geloofsbeleving: wanneer ik meemaak dat een zogenaamde ‘kleingelovige’ het evangelie waarmaakt en van iets groots getuigt.”

Waarom heb je destijds ‘ja’ gezegd tegen het priesterschap?
“Eigenlijk is de roeping om priester te worden nooit weggeweest sinds het klein seminarie. Het gevoel dat ik het niet voor mijzelf doe, is blijvend en sterk. Jezus Christus is het centrum van mijn leven; ik wil me aan Hem spiegelen en vertrouw me toe aan Hem. Als pastoraal werker en later als priester sta ik in dezelfde relatie met Hem. Als priester mag ik op een bijzondere manier in Zijn dienstwerk staan. Maar het belangrijkste is: je leven in dienst stellen van het evangelie. Dit heb ik gestalte proberen te geven als pastoraal werker, later als gedelegeerde voor de pastoraal werkers en ook als priester. Ook al ben ik nu pastoor, de roeping tot dienstbaarheid moet terug te zien zijn in mijn priesterschap. Als priester probeer ik samen met de gemeenschap op te trekken als Kerk van Jezus Christus. Samen met Christus leiding geven aan de gemeenschap. Dat heb ik gevonden in de Thomas-parochie.”

Wat betekent geloof voor je?
“Geloven is vertrouwen in de God die er-zal-zijn: de God van Jezus Christus, de God van Israël. Dat vertrouwen tot uitgangspunt van je leven maken is voor mij geloven. Proberen daar in het leven vorm en inhoud aan te geven. Dat begint natuurlijk al met je doop, en door mijn werk in de liturgie, diaconie, catechese en het pastoraat ben ik daar nog intenser mee bezig dan daarvoor. Ook gebed en meditatie dragen daartoe bij. Persoonlijk en gezamenlijk; want geloven doe je samen. Geloven kan op velerlei wijze, want er zijn natuurlijk mensen die andere mogelijkheden en kansen hebben gekregen dan ik. Je moet dan samen een weg zien te vinden in dat geloof. Voor mij zijn preken een belangrijk instrument hierbij. Ik preek op de eerste plaats om zelf een groter geloof te krijgen en op de tweede plaats hoop ik dat ook anderen er iets van kunnen opsteken. Ik probeer door te dringen in het verhaal van de Schrift en bied wat ik dan vind, anderen aan. Dit geldt ook voor catechese, zoals het bijbels leerhuis. Eigenlijk geldt het voor alle vormen van kerkelijk werk.”

Wat zou je God vragen, als Hij direct antwoord zou geven?
“Dan zou dat toch de vraag naar het lijden zijn, omdat het één van de grootste vragen in het geloof is. Je blijft daar naar een antwoord zoeken. In deze Goede week is het mooi om te weten dat God solidair is in ons lijden. Hij is niet de oorzaak van het lijden door ziekte, dood, ondergang en verdriet. Het lijkt me een belangrijke godsvraag, waardoor we God beter leren kennen. Op die waarom-vraag krijgen we geen antwoord. We moeten er zelf mee leren leven. Als mensen mij vragen naar het lijden, dan laat ik de vraag als geheim dan ook maar bestaan. Wij mensen krijgen daar immers geen antwoord op en we kunnen daar ook geen woorden aan geven. Het is voor mij geen praktische vraag, maar een geloofsvraag. Het is geen vraag vanuit een twijfel: hoe kan God bestaan als er lijden is? Er is God, er is lijden. Wij mogen vertrouwen dat God er is in en met ons lijden.”

Wie is Jezus voor jou?
“Hij is voor mij de Christus, de Mensenzoon, de Heer. Jezus is de Christus, omdat Hij de Gezalfde is, degene die door God is aangewezen, die ons voorgaat in het leven. Zoals Israël Gods oogappel is – de eerste onder de volken – zo is Jezus Degene die door God is gezonden. Jezus is ook voor mij de Mensenzoon, omdat we in Hem kunnen zien hoe God de mens bedoeld heeft. Hoe de mens in zijn zuiverste bedoeling is door God. Jezus is dan ook de eerste van de schepping, de nieuwe Adam. De aarde is voor de mens gemaakt en het gaat niet altijd goed. In Jezus laat God zien: de mens, die God had willen maken. Zo zullen wij allen zijn bij de voltooiing. Jezus is voor mij de Heer, doordat ik mij laat leiden door Hem. Bij wie ik terecht kan en die mij aankijkt. Hij opent de ogen voor de uniciteit van ieder mens. Voor mij is Hij een realiteit in de viering van de eucharistie, in mijn gebed, in de omgang met mensen, zowel parochianen als niet-parochianen.”

De tijd vloog voorbij en voordat we het wisten moesten we weer terug naar de realiteit van het pastoraat: het wekelijkse teamberaad. Ik dank je voor de lunch én natuurlijk de koffie, maar vooral voor deze inkijk in je persoonlijke geloofsbeleving en staan als pasto(o)r in de parochie. Moge God voltooien wat Hij in jou begonnen is.

Collega Lâm