Ad en Ventura en hun vrienden

Ad en venturaMeneer Loog heeft de kinderen gevraagd om bij hem langs te komen. Het einde van de vakantie is in zicht. Nog een kleine week en dan moeten Ad en Ventura weer naar school toe. Sarah, hun nieuwe Filipijnse vriendin, die met hen is meegekomen gaat straks ook naar een nieuwe school. Theo heeft een passende school voor haar gevonden, zodat ze later kan studeren om dokter te worden. De laatste keer dat ze elkaar zagen had Theo hen gezegd dat ze op reis moeten gaan om andere kinderen te zoeken die hen wil helpen om de wereld te verbeteren. Nu zijn ze nog met drie, maar straks zijn ze met een groep van zeven kinderen. Het is spannend, want Theo heeft hen gevraagd om bij zich te komen.

Als ze weer in de kamer van Theo naast elkaar op de bank zitten, vertelt Theo hen over hoe belangrijk het is dat ze nu op weg moeten gaan. Iemand heeft hun hulp heel hard nodig. “Hebben jullie de laatste tijd naar het Jeugdjournaal gekeken? Of de krant gelezen? Dan weten jullie vast wel dat het heel spannend is nu in Afghanistan. Mensen zijn er op de vlucht en willen proberen ergens anders een beter en vooral veiliger bestaan op te bouwen. Daar moeten jullie naar toe. Jullie zullen er kort zijn, want ook voor jullie is het niet veilig. Kom zo snel mogelijk terug en wees voorzichtig. Let goed op jezelf en elkaar.” Ze hebben geen tijd te verliezen. Voordat ze weg gaan, moeten ze hun nieuwe ringen om doen. Zonder de ringen komen ze namelijk niet meer terug. Ze hoeven alleen hun ringen tegen elkaar aan te drukken en de ringen zullen hen brengen naar de plek waar ze moeten zijn. Zo gezegd, zo gedaan en de kamer vult zich met een verblindend licht…
Na een paar keer knipperen met hun ogen kunnen Ad, Ventura en Sarah weer zien waar ze beland zijn. Het is een chaos en ze zien door het kapotte hek mensen wegrennen. Kinderen aan de hand en op de arm. Mensen vluchten met angstige ogen. Weg van hier. Zo snel mogelijk! De drie kinderen kijken rond en het wordt het al snel duidelijk dat ze op een klein pleintje zijn beland van een klein kloostertje. Bovenop de deur staat: Ad maiorem dei gloriam. Wat dat betekent weten ze niet. Plotseling zien ze in een hoek een jongen zitten die zich zo klein mogelijk probeert te maken. Hij is iets groter dan Ad. Snel rennen ze naar hem toe en zien dan dat hij aan het huilen is. “Wat is er aan de hand?,” vraagt Sarah. Met een betraand gezicht vertelt de jongen dat zijn ouders er niet meer zijn. Ze kwamen terecht onder een muur toen er een huis instortte. Nu is hij helemaal alleen en heeft niemand meer. Zal deze jongen misschien degene zijn waar Theo het over had? Moesten ze hem vinden? “Hoe heet je,” vraagt Ventura. “Rayan. Het betekent in het Arabisch ‘van water voorzien. Het is ook de naam van één van de poorten naar het Paradijs in de Islam,” zegt de jongen. Dit moet hem zijn, denkt Ad. De kinderen kijken elkaar aan en ze zien in elkaars ogen wat hun hart hen al lang gezegd heeft. Rayan hoort bij hen. Hij is misschien dan wel van een ander geloof, de Islam, maar heeft God ons niet allemaal als Zijn kinderen gemaakt? Voor God zijn we allemaal gelijk, welke huidskleur je ook hebt. Of je jong of oud bent. Een jongen of een meisje. Of je nu katholiek of islamitisch bent. Wij zijn allen Gods kinderen. Snel vertelt Sarah in het kort dat ze op zoek zijn naar Rayan. Voor hem zijn ze gekomen en als hij wil kan hij met hen mee. Dan hoeft hij voortaan ook niet meer alleen te zijn. Lang hoeft Rayan er niet over na te denken. Hij weet niet wat hem staat te gebeuren, maar alles is beter dan hier blijven. Sarah pakt de hand van Rayan vast en een tel later worden de ringen tegen elkaar aangedrukt. Een flits….
Hoe zal het verhaal verder gaan? Jullie zullen toch moeten wachten tot het volgende parochieblad.
Weten jullie wat die latijnse spreuk betekent: Ad maiorem dei gloriam? Als je het weet, mag je mij de uitleg van die spreuk mailen. Ik ben erg benieuwd!

Pastoraal werker Lâm (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.)