De kerk als een ‘thuis’: kinderen in de kerk

De kerkMensen zeggen wel eens tegen gasten: “Doe alsof je thuis bent”. We begrijpen allemaal, dat je dan niet je schoenen uit doet en je voeten op tafel.
Je mag je zó welkom weten alsof het je eigen huis is. Zo is het ook in de kerk! Een kerk hoort een plek te zijn waar een ieder zich THUIS mag weten. Zich ook thuis mag voelen.

Hoe geweldig is het dan als jong en oud dat kunnen ervaren in onze kerkgebouwen. Heel veel zorgen en problemen die er nu zijn, zullen daarmee opgelost worden. “Waar zijn nu die (jonge) ouders en hun kinderen?” “Wie gaat in de toekomst nu de kerk dragen?” Zo zijn er nog tal van andere zorgen over hoe het zal gaan met de kerk. Laten we allen als kerkgangers dan ook onze bijdragen hieraan leveren. Dat kan simpelweg door ons open te stellen. Door een stukje tolerantie en geduld, want kinderen kunnen niet allemaal even goed lang stil zitten of stil zijn. Laten we hen die tijd en ruimte gunnen om dat te leren. Om gevoelig te worden dat de kerk het huis van God is, waar ze zich geleidelijk aan thuis mogen voelen. Wij hebben het immers ook moeten leren. Doet u mee? “Laat de kinderen tot Mij komen, houdt ze toch niet tegen.” (Marcus 10). Wat een geweldige Christenfamilie zouden we dan kunnen zijn: nu én in de toekomst!

Pastoraal werker Lâm