De Advent is een periode van blijde verwachting, van uitzien naar de komst van de Heer. Voor veel mensen ook een tijd van uitzien naar de gezelligheid van de Kerstdagen, het samenzijn. Ik hoop dat u goede dagen hebt gehad. Maar voor sommigen kon het niet snel genoeg voorbij zijn. Hoe dan ook, in de donkerste tijd van het jaar verschijnt het Licht van de wereld, vertelt Johannes de evangelist op Kerstochtend. Maar de duistere wereld nam het Licht niet aan.
Half februari begint de volgende grote cyclus: de Paaskring: Aswoensdag en de Veertigdagentijd, de Goede Week en het Hoogfeest van Pasen en dan de lange Paastijd tot en met Pinksteren.
Die “tijd van veertig dagen” nodigt ons uit tot bezinning op het Licht van Christus dat we mochten verwelkomen met Kerstmis. Op het “Licht dat ons aanstoot in de morgen”, zoals we in een mooi lied zingen. Het Licht van het Kerstkind zal immers vervuld worden op Paasochtend. Dán zal dat Licht van Christus definitief schijnen door het diepe duister van dood en graf heen, de tijden door, tot de dag van vandaag.
In de 1e prefatie van de Veertigdagentijd bidden wij: “Dit is een tijd van meer toeleg op het bidden, van grotere aandacht voor de liefde tot de naaste, een tijd van grotere trouw aan de sacramenten waarin wij zijn herboren.” Zo worden wij uitgenodigd tot bezinning én tot aandacht voor kerk en wereld.
Dat is aan de ene kant een heel persoonlijke uitnodiging: hoe geef je daar vorm aan, wat doe je? Aan de andere kant ook een lastige, want voor veel mensen vandaag de dag is Pasen eerder een lang weekend dan de vreugdevolle viering van het mysterie van het geloof.
Pasen is de kern van ons geloof: dat God nooit laat varen het werk van Zijn handen, en trouw is tot in eeuwigheid. Want het verdriet van Goede vrijdag en de stilte bij het graf op zaterdag lopen uit in vreugde in het vroege licht van paasmorgen, wanneer het graf leeg is en nieuw leven is opgestaan uit de dood.
Tussen Kerstmis en Pasen bereiden wij ons daarop voor. Wij horen in het evangelie telkens weer hoe het Kerstkind na Zijn doop getuigt van het Koninkrijk der hemelen, dat wil zeggen van vrede, gerechtigheid en vreugde in de heilige Geest.
Onze tijd is weerbarstig geworden en sceptisch als het over God, evangelie en kerk gaat. Maar de vreugde van Pasen hoeft er niet minder om te zijn. Want met gelovig vertrouwen mag ieder mens toeleven naar het Licht van het Kerstkind dat op Paasmorgen definitief schijnt, door dood en graf heen. Het berouwvolle teken van de as is het begin van veertig dagen tijd om op weg te zijn: biddend, zingend, vol van dat mysterie. Groeiend in geloof, vervuld van hoop, en aanstekelijk door onze liefde in woord en daad.
Vicaris Van Deelen, administrator



